Een beginnende brand vraagt om snelle en juiste reflexen: tijdig alarm slaan, het juiste blusmiddel hanteren, veilig evacueren, ...
Als werkgever moet u uw personeel daarop voorbereiden. Dat is geen vrijblijvende aanbeveling, maar een wettelijke plicht die tot in detail is uitgewerkt in de Codex over het welzijn op het werk.
Wie ze naast zich neerlegt, riskeert niet alleen een boete, maar bij een ongeval ook strafrechtelijke vervolging. Hieronder leest u wat er precies van u verwacht wordt, en hoe u dat als KMO-ondernemer concreet aanpakt.
De basis is de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers. Die kaderwet krijgt haar concrete invulling in de Codex over het welzijn op het werk. Boek III, Titel 3 is volledig gewijd aan brandpreventie op de arbeidsplaatsen en bouwt op zes pijlers.
De werkgever voert eerst een risicoanalyse brand uit, en koppelt daaraan preventiemaatregelen die de basis vormen voor de volgende 5 pijlers:
Deze verplichtingen zijn niet louter administratief. Ze moeten ervoor zorgen dat uw organisatie daadwerkelijk kan reageren als zich een incident voordoet.
We overlopen een aantal pijlers, telkens met wat ze concreet van u vragen.
Artikel III.3-7 van de Codex laat er geen twijfel over bestaan: "Elke werkgever richt een brandbestrijdingsdienst op." Die dienst meldt en behandelt het brandalarm, bestrijdt een beginnende brand, brengt personen in veiligheid en begeleidt de hulpdiensten.
Veel bedrijfsleiders denken dat dit voor een kleine KMO niet geldt. Begrijpelijk, want onder de oude ARAB-regeling gold voor kleine ondernemingen wel degelijk een versoepeling op basis van het aantal werknemers. Die uitzondering is er niet meer. De FOD Werkgelegenheid bevestigt dit uitdrukkelijk: in tegenstelling tot vroeger moet u een brandbestrijdingsdienst oprichten, "om het even wat het aantal werknemers is aanwezig in de onderneming".
Wat wel meegroeit met uw bedrijfsgrootte, is de omvang van die dienst. U bepaalt zelf, op basis van uw activiteiten, het aantal aanwezige personen en het specifieke brandrisico, hoeveel werknemers deel uitmaken van de dienst en welke opleiding zij nodig hebben (art. III.3-8 Codex, met een minimum aan bekwaamheden vastgelegd in bijlage III.3-1). Voor een kleine KMO kan dit neerkomen op een of twee werknemers die de opleiding "kleine blusmiddelen" volgen. Vraag hiervoor het advies van uw preventieadviseur en, indien aanwezig, van het Comité.
Essentieel is dat de gekozen organisatie in verhouding staat tot de risico's én in de praktijk kan functioneren als zich een incident voordoet.
Blusmiddelen kiest u niet toevallig. Dezelfde regels als voor persoonlijke beschermingsmiddelen zijn van toepassing (art. III.3-15 Codex): u houdt rekening met de inrichting van uw arbeidsplaatsen, de aanwezige risico's, het maximumaantal aanwezige personen en de reactietijd van de hulpdiensten (art. III.3-16 Codex), en u vraagt vooraf advies aan het Comité.
Eenmaal geplaatst, moeten uw blustoestellen zichtbaar zijn of duidelijk gesignaleerd, gemakkelijk bereikbaar en bedienbaar zijn.
Maar materieel heeft slechts waarde wanneer mensen weten wanneer en hoe ze het veilig moeten gebruiken. Daar ligt voor de KMO een belangrijk aandachtspunt. Een opleiding "kleine blusmiddelen" mag daarom niet beperkt blijven tot het bedienen van een brandblusser. Medewerkers moeten ook leren een situatie in te schatten, weten welk blusmiddel geschikt is en kunnen beslissen wanneer evacuatie de enige juiste beslissing is.
Niet alles hoeft in uw hoofd te blijven zitten: artikel III.3-23 van de Codex verplicht u om schriftelijke procedures op te stellen voor de taken van uw brandbestrijdingsdienst, de evacuatie, de evacuatieoefeningen, het gebruik van de beschermingsmiddelen tegen brand en de informatie en opleiding van uw werknemers. Ook hier wint u het advies in van uw preventieadviseur en het Comité, waarna de procedures "voor gezien" worden getekend door de preventieadviseur die de interne dienst leidt.
Belangrijk daarbij is dat de procedures bereikbaar en beschikbaar moeten zijn op het ogenblik dat er geen tijd meer is om uit te zoeken wie wat moet doen.
Hier landt de opleiding "kleine blusmiddelen" concreet. De Codex maakt een onderscheid tussen informatie en opleiding.
Informatie geeft u aan elke werknemer, ten laatste op de dag van indiensttreding: over de brandrisico's, de preventiemaatregelen, de alarmsignalen en de evacuatie (art. III.3-25 Codex).
Opleiding gaat een stap verder. Uw werknemers moeten leren hoe ze brand voorkomen, correct reageren bij rook of vuur, alarm slaan en zonder paniek evacueren, zonder de brandbestrijdingsdienst te hinderen. Minstens één keer per jaar hoort daar een evacuatieoefening bij (art. III.3-26 Codex). Uiteraard hoort daar ook de verplichte opleiding van de brandbestrijdingsdienst bij.
Twee praktische kanttekeningen die u niet mag vergeten: deze vorming is gratis voor uw werknemers en gebeurt tijdens de werktijd (art. I.2-21 Codex), en ze moet herhaald worden telkens de risico's veranderen.
Het belang van deze vorming kan niet onderschat worden. Wanneer een incident ontstaat, zijn uw medewerkers de eerste minuten op zichzelf aangewezen. De externe hulpdiensten zijn nog onderweg. Wat uw mensen de eerste minuten doen, of niet doen, kan mee bepalen hoe groot de gevolgen worden.
Een inbreuk op de wet van 4 augustus 1996 en haar uitvoeringsbesluiten wordt bestraft met een sanctie van niveau 3: een strafrechtelijke geldboete van 200 tot 2.000 euro, of een administratieve geldboete van 100 tot 1.000 euro (art. 127 juncto art. 101 Sociaal Strafwetboek). Loopt het mis en raakt een werknemer gewond, dan klimt de sanctie naar niveau 4: een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 600 tot 7.000 euro, of een administratieve geldboete van 300 tot 3.500 euro.
Een ontbrekende brandbestrijdingsdienst of een overgeslagen evacuatieoefening is dus geen louter administratief detail: het kan de basis vormen voor een strafrechtelijke veroordeling.
Wanneer er zich een ernstig incident voordoet, wordt bovendien niet alleen gekeken naar wat er op dat ogenblik gebeurde. Er zal ook gekeken worden of de risico's voldoende werden ingeschat, of het personeel daadwerkelijk opleiding genoten heeft, of de procedures ook effectief uitgewerkt waren, ...
Brandveiligheid is geen eenmalige formaliteit. De risicoanalyse, de samenstelling van uw brandbestrijdingsdienst en de opleiding van uw werknemers moeten mee evolueren met uw activiteiten en uw personeelsbestand. Wie deze verplichtingen structureel opvolgt, beperkt niet alleen het risico op sancties, maar vergroot vooral de kans dat zijn medewerkers een beginnende brand tijdig en veilig onder controle krijgen.
Vragen inzake brandpreventie en veiligheidsopleidingen op het werk? Contacteer mij via b.backx@backx-law.be.